Interview Ruud Bos in magazine knltb

Onze voorzitter Ruud Bos werd geïnterviewd door de KNLTB. Lees het hele interview hier!

Bij LTV Triaq straalt alles en iedereen weer energie uit

Door Edward Swier
‘Logisch toch.’ ‘Vanzelfsprekend.’ ‘Natuurlijk.’ Het zijn woorden die voorzitter Ruud Bos van LTV Triaq
uit Harmelen vaker dan hijzelf beseft in de mond neemt. Bos heeft met zijn inspirerende manier van
leiding geven – hij zal het zelf nooit zo benoemen, maar de verhalen die we van anderen horen
zeggen genoeg – de Utrechtse vereniging uit het dal omhoog weten te krijgen. Bij Triaq gebeuren de
laatste jaren mooie dingen. De leden steken gezamenlijk de armen uit de mouwen. Ze zijn als het
ware mede-eigenaar van hun vereniging geworden. Het ledental groeit ook weer flink en mede
daarom is het prettig toeven op het complex van Triaq.


Zo ook deze zomerse dinsdagavond. Net na het avondeten komt Bos het complex opgelopen met een
flinke bos sleutels in de hand. Hij opent het clubgebouw, zet direct thee voor zijn gasten, knoopt een
gezellig praatje aan met de verslaggever en fotograaf en heeft ondertussen ook oog voor de eerste
tennissers die voor deze avond een baan hebben afgehangen. Het gaat met een vanzelfsprekendheid
die verraadt dat deze man, eind augustus toch 70 geworden, hier als een vis in het water is en met
jeugdig elan zijn vereniging richting een gezonde toekomst manoeuvreert.
Hoe anders was dat een aantal jaren terug in Harmelen. Als zoveel andere tennisverenigingen had
Triaq te maken met een ledenterugloop. Van de ruim zeshonderd, bijna zevenhonderd leden was na
de crisisjaren nog slechts de helft over. ,,Zelfs de slapende leden, die stiekem nog een soort stille
sponsoren op de ledenlijst stonden, hadden opgezegd.” Bovendien, zo zag Bos, staken van die 300,
350 resterende leden de meesten zich een beetje weg. Activiteiten kwamen op de schouders van een
enkeling neer, er was nog maar weinig elan.


En dat terwijl Marc Wolfertz, accountmanager Utrecht van de KNLTB, vandaag de dag juist zo positief
is over het reilen en zeilen bij Triaq. Hij schuift aan voor de koffie, die ook in zijn geval door Bos wordt
geserveerd. ,,Wij als KNLTB proberen de verenigingen waar mogelijk te helpen, om de vitaliteit te
vergroten. Op een drietal thema’s - accommodatie, organisatie en cultuur – kunnen we hulp bieden.
Bij de meeste clubs zien we dat ze het voor wat betreft de accommodatie vaak goed voor elkaar
hebben, die andere twee aspecten zijn lastiger. Voor veel verenigingen blijkt het toch niet eenvoudig
leden bij de club te betrekken, ze sowieso te behouden en daarna toch ook te activeren. Feit is dat
daarbij de cultuur van de club een belangrijke rol speelt, mensen moeten zich wel thuisvoelen
natuurlijk. Daar moet je als club hard aan werken.”
Wolfertz heeft als accountmanager een kleine 150 verenigingen in zijn portefeuille. Hij zag de laatste
jaren Triaq opbloeien. De sociale cohesie is terug. ,,Deze club straalt weer energie uit.” Een zeer
groot deel van de huidige 430 leden speelt competitie. De Utrechtse Tennis Organisatie, de
tennissschool van Maarten Dam, verzorgt voor 70 tot 75 procent van alle Triaq-leden tennislessen.
De commissies zijn alle weer ruim bemand. En anders loopt Peter de Kruijf de gaatjes die nog
dichtgelopen moeten worden dicht. Bos: ,,Peter was in 2018 genomineerd voor vrijwilliger van het
jaar bij de KNLTB. Dat is hij net niet geworden. Maar voor ons is hij het nog steeds, iedere dag weer!’’
Bos trad nu ruim drieënhalf jaar geleden aan als voorzitter. Daarvoor was hij voorzitter van de
jeugdcommissie, in die tijd een eenmanspost. Zoals er toch al een heleboel gebeurde door maar een

klein groepje mensen. Bos besefte dat dat anders moest. ,,Op de eerste ledenvergadering die ik als
voorzitter leidde, heb ik iedereen in laten zien dat we als vereniging superkwetsbaar waren. Er zaten
vier mensen in het bestuur die eigenlijk alles deden. Er was feitelijk geen jeugdcommissie, geen
technische commissie, er waren veel eenmansposten. Als er twee mensen mee zouden stoppen, lag
alles op zijn gat. Ik heb toen niet gevraagd ‘wie wil er in het bestuur?’, maar heb alle aanwezigen in
groepjes verdeeld. Ze kregen pen en papier en ik heb ze gevraagd of ze gezamenlijk op wilden
schrijven wat er beter kon bij Triaq. Per groepje hield daarna één persoon een praatje, we kregen zo
heel veel ideeën. En die avond al, maar ook in de periode daarna, ben ik iedereen langsgegaan met
de vraag of ze samen met anderen één of meer dingetjes wilden regelen. Dat werkte. Want, ik zeg ze
altijd eerlijk dat nee ook een antwoord is, maar verreweg de meesten toonden toch hun
betrokkenheid en pakten de klus op.’’


Logisch vindt Bos zijn manier van werken. Het kweken van betrokkenheid, van draagvlak is belangrijk.
Je wilt dat iedereen deelgenoot van de vereniging is. ,,De leden zijn de vereniging, maar moeten er
natuurlijk dan ook wel voor de vereniging zijn.’’ Zo leidde hij ook de Volkswagen-dealer die hij als
eigenaar en werkgever bestierde. ,,Daar praat je toch ook met je mensen, betrek je ze bij het bedrijf.
Alleen dan kan je een goed product leveren en uitstekend scoren in
klanttevredenheidsonderzoeken.’’


Ook bij Triaq heeft dat gewerkt. Er is veel contact met de leden, het bestuur is toegankelijk. Iedereen
voelt zich betrokken, er is inmiddels veel draagvlak in de organisatie. Het opknappen en
verduurzamen van het clubhuis – verlagen van het plafond en isolatie zijn aanstaande - gebeurt in
gezamenlijkheid. De clubcultuur heeft een impuls gekregen. Duidelijk is dat iedereen graag een potje
wil tennissen, het aantal competitieteams is groot. Het eerste damesteam zelfs op hoog niveau.
Maar dat gezelligheid bij de vereniging door alle leden met een hoofdletter G wordt geschreven, is
ook duidelijk. ,,Iedereen wil lekker actief zijn, maar het sociale aspect is ook heel belangrijk.’’
Activiteiten worden goed bezocht, de kantine is stukje bij beetje telkens wat gezelliger gemaakt. ,,De
bardiensten duren hier tot twaalf uur’’, lacht Bos.


Triaq doet zijn uiterste best om heel Harmelen bij de club te betrekken. Niet alleen is er in het
clubgebouw een Buitenschoolse opvang actief, er wordt gewerkt aan uitbreiding van de
samenwerking. Op twee overbodige tennisbanen (Triaq heeft er 10!) aan de zijkant van het clubhuis
zal – als alles meezit – nog dit najaar de eerste paal worden geslagen voor een nieuw gebouw van de
kinderopvang, met een multifunctioneel beweegpark. Bos: ,,De kinderen die al van jongsaf bij die
kinderopvang komen, en hun ouders, maken zo als vanzelf kennis met de tennisvereniging. Het is
veel makkelijker zulke mensen bij je club te betrekken.’’


Bos nodigde ook álle leden van de voetbalvereniging, waarvan hij overigens zelf ook al zestig jaar lid
is, uit. ,,SCH’44 bestond dit jaar 75 jaar en bij die gelegenheid heb ik ze allemaal uitgenodigd om eens
te komen tennissen. Ik heb ze verteld dat ze dat echter wel anders moesten doen dan ik destijds als
kind deed. Wij klommen – Triaq zat toen nog op het oude complex – soms stiekem over het hek,
gingen illegaal een balletje slaan. Om dat te voorkomen, hebben we er een officiëler tintje aan
gegeven. We hebben een soort van open clubkampioenschap van SCH’44 van gemaakt. Al hun leden
konden een week lang gratis spelen, we hebben onze tennisschool er ook bij betrokken.”


Die tennisschool speelt een belangrijke rol binnen Triaq. Berend Rubingh constateerde in zijn boek
Back2Basics, waarover wij eerder al in CentreCourt berichtten (zie kader), dat die tennistrainer een
centrale rol binnen de club bekleedt. Hij is voor veel leden de gastheer, het gezicht dat ze als eerste
zien. Het gezicht ook dat ze het vaakst zien. Bos: ,,Met Maarten Dam hebben we het echt enorm
getroffen.’’ Niet alleen geeft hij, met zijn personeel, veel lessen, Dam is ook geregeld aanwezig bij activiteiten die de club voor leden én buitenstaanders organiseert. ,,Maarten denkt met de vereniging mee, wij met hem. Als we plannetjes hebben, betrekken we elkaar erbij. De band is echt innig geworden.’’


Wolfertz beaamt dat de rol van de tennistrainer een belangrijke is. ,,Hij of zij is toch degene die, als je
voor het eerst de drempel overgestapt bent, voor een belangrijk deel bepaalt hoe je het clubleven
ervaart.” Hoe dat clubleven ervaren wordt? Wolfertz kreeg niet zo lang geleden daar een goede indruk van.
,,We zijn eind vorig jaar vanuit de KNLTB begonnen met Kringbijeenkomsten. Tijdens die gelegenheid
kunnen clubs, die doorgaans bij elkaar uit de buurt komen, van elkaar leren. De verhalen van
anderen inspireren allicht, je krijgt er andere inzichten van. Er komen, merken wij, veel initiatieven
uit voort.’’ Voor de bijeenkomst in de kantine van Triaq vroeg Wolfertz aan Bos een korte introductie
over zijn vereniging te geven. De voorzitter verraste zijn gehoor door niet zelf het woord te voeren,
maar voor de gelegenheid een flink aantal leden te interviewen. Bos: ,,Ik heb gewoon met de camera
wat leden aangesproken, ze gevraagd wat ze van onze vereniging vonden. Die stukjes heb ik achter
elkaar geplakt. Dat leverde een leuk filmpje op.’’


Wolfertz: ,,Wat ik er vooral zo goed aan vond, was dat Bos niet zelf een praatje hield, maar het
verhaal liet vertellen door zijn leden. Hij zegt in feite: wie ben ik om die vraag te beantwoorden? De
club is immers toch van de leden. De antwoorden die de mensen gaven waren niet eens zo bijzonder,
gewoon wat je zou verwachten van leden. Maar dat de voorzitter voor deze opzet kiest en zelf zo’n
filmpje maakt, dat is nu juist zo onderscheidend. Het toont aan dat iedereen er hier écht bij
betrokken wordt.’’


Bos krijgt het er warm van. Hij zit niet direct op al die complimentjes te wachten. Haalt nog een
tweede ronde drankjes. Wolfertz gaat in zijn afwezigheid verder met zijn verhaal: ,,Drijvende
krachten als Ruud Bos heb je in elke vereniging nodig. Een verbinder, die anderen erbij betrekt. Die
zorgt dat de leden het mede-eigenaarschap van de vereniging voelen. Daarbij is het van belang dat
iedereen ziet dat je het echt meent wat je doet, dat het geen kunstje is wat je opvoert. Naar mijn
idee heeft elke vereniging wel een of meerdere van zulke personen op de ledenlijst staan. Ik gun het
iedere club dat ze erin slagen die persoon ook op een sleutelpositie in de club neer te zetten.”
Vos broedt ondertussen op een plannetje. Er komt veel op hem af, maar nu al is hij in zijn hoofd bezig
met de ledenvergadering van begin 2020. ,,Doorgaans komt maar tien procent van de leden naar
zo’n bijeenkomst, vorige keer zaten we al tegen de vijftien procent. Maar ik wil dat het er nog meer
worden. Ik weet nog niet wat ik ga doen, maar deze vergadering zal ook anders dan andere worden.
Je moet de mensen blijven verrassen hè.’’

Nieuws overzicht